Hub Coonen Fine Abstract Sculpture

Cursus voor beginners: Algemeen

    Inhoud:
            - Beschrijving Moeder Gods van Tederheid
            - Versiering Aureool
            - Het prepareren van een iconenplank
            - Beschrijving pigmenten
            - Schilderen met temperaverf
            - Klaarmaken ei-emulsie
            - Lijntekening MGvT
            - Stap een: overbrengen tekening op paneel
            - Stap twee: aanbrengen van bladgoud belettering en versiering
            - Stap drie: opbrengen van basiskleuren en oplichtingen
            - Stap vier: het afdekken van basiskleuren
            - Stap vijf: het inkarnaat
            - Stap zes: het afdekken van de icoon
            - Schellak (verhouding)
            - Gebed van de icoonschilder

    DE MOEDER GODS ELEOUSA, DE TEDERE, DE BARMHARTIGE

    Bij het Eleousa type zit het kind op een van de armen van Maria. Het kind slaat zijn arm om haar hals en drukt zijn gezicht tegen haar wang.

    Maria neigt haar hoofd naar het kind. Meestal kijkt ze bedroefd, alsof ze al weet wat haar kind zal overkomen..

    Het Eleousa type straalt een intieme sfeer uit. Deze iconen laten zien hoe vrede en geluk, verdriet en bewogenheid bij moeder en kind horen.

    In geen enkele icoon is deze relatie zo nadrukkelijk uitgebeeld dan in dit type iconen. Door deze bijzondere sfeer zijn de Eleousa iconen zeer geliefd.

    Van de Moeder Gods Eleousa zijn vele varianten, o.a. de Moeder Gods van Vladimir, de Moeder Gods van Korsun, de Moeder Gods van de Tederheid die wij nu schilderen en de Moeder Gods van de Don.


    <terug naar inhoud>

    AUREOOL

    Versiering op het goud.
    Voordat men goud gaat opbrengen: De lijntekening van de versiering op de aureool aanbrengen.

    Stap 1
    De lijntekening met de versierde aureool met de rode carbon opbrengen.
    De achterkant van de lijntekening kan men ook met pigmentpoeder insmeren en dan de tekening opbrengen op het paneel.

    Stap 2
    Inkrassen van de versiering.
    Kan met de punt van de passer of met een etspen.
    Het paneel eerst een klein gedeelte nat maken en dan inkrassen. Het geheel herhalen.

    Stap 3
    Zie aanbrengen van bladgoud.
    (aandrukken met steriel gaasje gevuld met watten)

    Stap 4
    Het bladgoud schoonmaken met ossengal.
    De versiering met zinkwit of titaan wit schilderen.
    U kunt ook zelf een kleur kiezen. De verhouding is een druppel ei en drie druppels ossengal.

    <terug naar inhoud>

    Het prepareren van een iconenplank

    Er zijn veel methoden om een iconenplank te prepareren. Dit is er een van. Voor het vervaardigen van een paneel van 30 x 25 cm gaan we als volgt te werk.

    -  Zorg voor een vlakke plank, zonder knoesten en hars. Goede houtsoorten zijn: lindehout en abachi.
       Eigenlijk zijn bijna alle houtsoorten te gebruiken: eiken, essen, beuken, ahorn, enz.
       Soms wordt ook mdf-plaat gebruikt.
       Welke houtsoort we ook gebruiken, het hout moet goed droog zijn.
       Om te voorkomen dat de plank gaat trekken, worden er soms aan de achterkant dwarslatten geplaatst.
       Ook kan de voorkant een opstaande rand hebben, zodat het schildersvlak wat dieper komt te liggen.

    -  Met een scherp mes wordt de schilderkant van de plank ingekerfd,
       zodat de opgebrachte lagen zich goed kunnen hechten.

    -  In een pan au-bain-marie doen we 2 dl zuiver water, waarin 12 gram gelatine is opgelost.
       Het water wordt verwarmd, maar mag niet koken, maximaal 40 à 50 graden.

    -  We voegen 50 gram krijt bij het water met gelatine en laten dit mengsel 15 minuten
       buiten de pan met warm water staan.

    -  Na 15 minuten dit mengsel opnieuw verwarmen tot 40 graden.

    -  Met dit mengsel wordt de plank bestreken en wordt er daarna een stuk passend hydrofiel gaas opgelegd.
       Goed glad strijken en de plank met gaas opnieuw met het mengsel bestrijken.

    -  De plank nu 24 uur laten drogen.

    -  Daarna wordt het overtollige gaas langs de randen met een scherp mes verwijderd.

    -  Het mengsel weer verwarmen tot 40 à 50 graden en 80 gram krijt toevoegen.
       Laat het krijt zakken en ga daarna heel voorzichtig roeren, zodat er geen luchtbellen kunnen ontstaan.
       Daarna het mengsel 15 minuten laten rusten. Daarna de plank opnieuw bestrijken.

    -  Na 24 uur de plank opnieuw bestrijken en dit nog 12 keer herhalen.
       Het is goed de plank afwisselend in de lengte- en breedterichting te bestrijken.
       De plank na elke handeling goed laten drogen, maar niet bij de verwarming of in de zon.
    -  Hierna wordt de plank geschuurd.
       Eerst met grof schuurpapier (nr. 150) en daar na met fijn schuurpapier (nr. 400).
       Tenslotte kan de plank met een zeer fijn sponsje, een zogenaamd porseleinsponsje, gepolijst worden.

    -  Wie meerdere planken tegelijk wil prepareren moet de hoeveelheden water,
        gelatine en krijt vermenigvuldigen met het aantal planken.

    Een andere zeer eenvoudige manier om een plank te prepareren is de volgende. De duurzaamheid van het materiaal op de lange duur is dan echter niet zeker.

    -  We nemen een bus Talens Gesso en maken hiervan een oplossing: 2 delen Gesso en 1 deel water.
       Voorzichtig mengen, zodat er geen luchtbellen ontstaan.

    -  We voegen aan dit mengsel 2'/2 deel krijt toe, zodat er een dikke,
        maar nog wel vloeibare massa ontstaat.
       Het krijt laten zakken en daarna voorzichtig roeren, zodat er geen luchtbellen ontstaan.

    -  Op dezelfde manier als hierboven beschreven,
       brengen we hydrofielgaas aan en daarna de lagen van het Gesso-krijtmengsel.
       Schuren en polijsten als hierboven aangegeven.

    <terug naar inhoud>

    WELKE PIGMENTEN GEBRUIKEN WE?

    Het is goed voor degenen die voor het eerst iconen schilderen een beperkt aantal pigmenten te gebruiken.
    Met een twaalftal pigmenten kunnen door menging alle kleurschakeringen samengesteld worden.
    De twaalf pigmenten die wij gebruiken zijn bijna allemaal onderling met elkaar te mengen.

    ZINKWIT
    Zinkwit heeft een minder dekkend vermogen dan titaanwit. Titaanwit dekt beter, maar is erg hard van kleur. Wij geven de voorkeur aan zinkwit. Het moet dun opgebracht worden, omdat het anders gaat kalken; het oppervlak wordt dan ruw. Het is lichtecht en kan met alle kleuren vermengd worden. Het heeft een goed kleurend vermogen met een blauwachtige ondertoon.

    ENGELSROOD
    Het is met alle kleuren mengbaar en heeft een goed kleurend vermogen. Het dekt goed en is lichtecht. Het is moeilijk te gebruiken in de glaceertechniek: het heel dun aanbrengen van een kleur op een ondergrond, zodat de ondergrond er nog doorheen schemert, bijvoorbeeld bij het afwerken van het inkarnaat (gelaat, handen en voeten).

    CHROMAATGROEN
    Van chromaatgroen bestaan verschillende kleurvariaties: licht-, middel- en donker­chromaatgroen. Het dekt goed en droogt goed op, is zeer kleurkrachtig en redelijk lichtecht. Bij het mengen met een andere kleur heel weinig van dit pigment gebruiken.

    COLLINSBLAUW
    Het is enigszins giftig. Het is goed mengbaar met andere pigmenten en is zeer geschikt om ermee te glaceren.

    CADMIUMROOD
    Er zijn veel varieteiten. Echte cadmiumpigmenten zijn zeer prijzig, vandaar de plaatsvervangende azo-pigmenten, zoals permanentrood. Het is zeer kleurkrachtig en lichtecht. Kan met alle pigmenten vermengd worden. Is zeer geschikt om ermee te glaceren, bijvoorbeeld bij het afwerken van het inkarnaat. Het is aan te bevelen om bij het aanmaken van de verf een druppel ossengal te gebruiken. Dat ontvet het pigment.

    CADMIUMGEEL
    Het is in veel kleurschakeringen verkrijgbaar: van helder citroengeel tot geeloranje. Het is lichtecht en dekkend. Het kan niet met chromaatgroen gemengd worden. Het is zeer geschikt om er glacerend mee te werken. Cadmiumgeel gemengd met een weinig beenderzwart geeft een mooie groene kleur die lichtecht is.

    ONGEBRANDE SIENA
    Ongebrande siena is een mooie warme geelbruine kleur die lichtecht is. Ze is met alle kleuren te mengen en heeft een redelijk kleurvermogen, maar geen grote dekkracht. Daarom is ze zeer geschikt om ermee te glaceren.

    GELE OKER
    Er zijn veel kleurnuances gele oker: van zeer licht (vleesoker) tot zeer donker (bruine oker). Gele oker is lichtecht en niet giftig. Het is goed mengbaar met andere pigmenten. Het kleurend en dekkend vermogen is naar soort verschillend. De zogenaamde Franse okers zijn zeer geliefd.

    BEENDERZWART
    Beenderzwart heeft een diep zwarte kleur. Het is goed mengbaar met alle andere pigmenten, maar vraagt evenals cadmiumrood om een druppel ossengal om het mengen te vergemakkelijken. Het is lichtecht.

    OMBER
    Omber is lichtecht, maar donkert na wanneer het opgebracht is op de plank. Het is goed mengbaar en heeft een sterk kleurend vermogen. Sommige ombers hebben een dekkend vermogen, andere zijn zeer transparant. Er zijn veel kleurschakeringen: van lichtbruin tot zeer donkerbruin.

    TITAANWIT
    Het heeft een bijzonder kleurend en dekkend vermogen, is lichtecht en kan met alle pigmenten gemengd worden. Is niet giftig. Wij gebruiken het zelden.

    SATIJNGOUD
    Satijngoud is een goudpoeder dat van vissenschubben is gemaakt. Het kan op dezelfde manier verwerkt worden als de bovengenoemde pigmenten. Het kan aangemaakt worden met ei-emulsie, maar moet zeer dun opgebracht worden, omdat het oppervlak anders onregelmatig wordt. Het gaat dan klonteren. Het is minder glanzend dan bladgoud, maar het is gemakkelijker te verwerken en het blijft na vele jaren zijn glans behouden.


    <terug naar inhoud>

  1. Schilderen met temperaverf

    • TIPS VOOR HET GEBRUIKEN VAN DE PIGMENTEN EN HET SCHILDEREN MET TEMPERAVERF.

      Voordat we met schilderen beginnen is het goed onderstaande tips door te nemen, hoewel we het meeste zullen leren door ervaring. Gebruik vooral bij het opzetten van de eerste verflagen zeer weinig eigeel. Je kunt beter wanneer een icoon klaar is, de verschillende vlakken, zoals mantel, achtergrond, inkarnaat, enzovoort afzonderlijk met een laagje eigeel bedekken, dan datje in het begin te veel eigeel gebruikt. Bij een teveel aan eigeel gaat de icoon glimmen. Het is zeer moeilijk om bij het schilderen de verhouding eigeel/water aan te geven. Verschillende pigmenten vragen ieder om een eigen verhouding eigeel/water. Dit kun je alleen maar leren door ervaring. In het algemeen wordt wel gezegd dat een goede verhouding is: een druppel eigeel op drie druppels water. Door ervaring leer je langzamerhand hoeveel eigeel en water een bepaalde kleur nodig heeft. Bij het samenstellen van een lichte kleur begin je altijd met de lichtste kleur, maak die met eigeel aan en voeg daaraan een zeer kleine hoeveelheid donker pigment toe. Maar ook dit kun je het beste door ervaring leren. Wanneer een icoon klaar is, bedek je elke kleur afzonderlijk van bijvoorbeeld de mantel, het inkarnaat, de achtergrond, enzovoort met een dun laagje eigeel en laat dat 24 uur drogen en hard worden. Zo voorkom je dat bij het vernissen of het bedekken van de hele icoon met eigeel, de kleuren door elkaar gaan lopen. Doe geen eigeel op het bladgoud van de nimbus. Het goud verliest dan veel van zijn glans. Trouwens elke druppel water op bladgoud geeft matte vlekken. Satijngoud kan wel met eigeel bedekt worden. Wanneer je de icoon vernist met schellak kun je de nimbus mee vernissen. De glans blijft dan grotendeels behouden.

      REGELMATIG NAAR DE KLEURAFBEELDING EN DE LIJNTEKENING KIJKEN IS EEN VAN DE BELANGRIJKSTE BEZIGHEDEN TIJDENS HET SCHILDEREN.

      Gebruik goede penselen. Slechte penselen beïnvloeden in hoge mate de techniek van het schilderen van een icoon. Verzorg de penselen goed. Daar zijn ze duur genoeg voor. Was ze regelmatig uit met wat groene zeep. Wees voorzichtig met de spitse punt van de penselen en zet ze nooit rechtop in water!!! Bij het schilderen moet de verf vloeien en geen strepen achter laten. Dus: altijd dun schilderen!!! Het oppervlak moet glad blijven. Aangemaakte pigmenten moeten regelmatig geroerd worden. Sommige pigmenten zakken naar de bodem, andere komen boven drijven. Vaak roeren is dan de oplossing. Wat de giftigheid van de pigmenten betreft kunnen we het volgende opmerken: vroeger werden verschillende pigmenten giftig genoemd, tegenwoordig worden er steeds meer gifvrije pigmenten gebruikt. Toch is het raadzaam zeer voorzichtig met de pigmenten om te gaan. Zie het rekje met pigmenten en de aanduiding met `gevaarlijk'. Er zal altijd wel een spanning blijven tussen het aanleren van de techniek van het icoon schilderen en de communicatie met degene of hetgeen je schildert, de bezinning op je eigen leven.

      <terug naar inhoud>

      Klaarmaken ei-emulsie

      HET KLAARMAKEN VAN EI-EMULSIE
      Breek een ei. Gebruik verse eieren. De dooier blijft dan gemakkelijker heel. Splits de dooier van het eiwit. Leg de dooier op de hand en spoel met koud water het overtollige eiwit weg. Geen harde straal op de eierdooier, dat overleeft hij niet. Leg dan de dooier op de rand van een papieren zakdoekje. Pak de twee uiteinden van het zakdoekje op en plaats de dooier boven een glas. Prik in de dooier en de dooier loopt leeg. Eventueel kun je zachtjes op het zakdoekje knijpen, zodat alle eigeel in het glas terecht komt. Het vlies van de dooier blijft in het zakdoekje achter. Het is ook mogelijk het vlies van de dooier heel zachtjes vast te pakken en dan in de dooier te prikken. Doe er nu evenveel water bij als er eigeel is. Voeg een theelepel wijnazijn toe om het bederf tegen te gaan. Roer alles door elkaar . Bewaar de ei-emulsie in de koelkast. De emulsie gaat dan weken mee, hoewel de bindkracht wel iets minder wordt.
      Alleen door oefening is dit te leren!!!

      Het schilderen met pigmenten en eigeel heet ei-tempera. De algemene verhouding is 1 ei + 3 water.

      Uitzonderingen hierop zijn de bij het iconen schilderen gebruikelijke termen: GLACEREN: Pigment + eigeel gemengd met veel water dun opbrengen over het geschilderde. Dit kan dienen om een kleur te verzachten.

      AFDEKKEN MET EIGEEL en water (1 ei + 1 water): Dit wordt gedaan om een basiskleur vast te leggen zodat men bij het oplichten de basiskleur niet oplost. Het is ook een hulp, om als de geschilderde laag korrelig is, deze dan dun af te dekken met ei (1 ei + 1 water). Doe dit niet te vaak anders gaat het craqueleren.

      DUNNE LIJNEN schilderen met 1 ei + 1 water.

      OSSEGAL; 1 druppel ossegal of spiritus kun je gebruiken om moeilijk mengbare pigmenten met andere kleuren te mengen. Ook de pigmenten die korre lig zijn, kunnen op deze manier met ossegal of spiritus oplossen.

      <terug naar inhoud>

      Beschrijving: Naamloos-3.jpg

      Beschrijving: Naamloos-5.jpg

      <terug naar inhoud>

      Stap een: overbrengen tekening op paneel

      STAP EEN
      Schilder altijd met hele dunne laagjes

      -  We bidden het gebed van de icoonschilder.

      -  Leg de plank recht voor je neer. Ophanggat boven. Kijk naar de kleurvoorbeelden. Neem de kleuren en lijnen in je op. Kijk naar de lijntekening. Welke lijnen vallen je op? Neem ze in je op.

      -  Trek de lijntekening zeer nauwkeurig over op transparant papier. Gebruik hiervoor een niet te hard potlood (HB). We doen dit om gevoel te krijgen op het verloop van de lijnen. De lijnen komen zo min of meer in onze hand te zitten. Bovendien kunnen we de transparante tekening later op de plank leggen om te zien of er geen grote afwijkingen in de schildering zijn. Eventuele correcties kunnen dan aangebracht worden.

      -  Neem de lijntekening op het witte papier en wrijf de achterkant in met engelsrood. Gebruik hiervoor niet teveel pigment, maar de achterkant moet wel goed bedekt zijn. Wrijf het pigment uit met je vinger of met een papieren zakdoekje.

      -  Leg de ingewreven tekening op de plank. Zet de tekening aan de bovenkant vast met wat plakband, zodat deze niet kan schuiven.

      -  Trek de tekening over met een hard potlood (2H). Doe dat zeer nauwkeurig. De tekening wordt zo op de plank overgebracht. Het is niet nodig alle lijnen over te trekken. De voornaamste lijnen zijn voldoende. De belettering wordt niet overgetrokken.

      -  Verwijder de tekening en bewaar ze zorgvuldig. Ze kan later gebruikt worden om eventueel verdwenen lijnen weer op te halen.

      -  De lijnen worden nu geschilderd met engelsrood: engelsrood + een druppel eigeel + 1 druppel water. Hoe verticaler het penseel op de plank staat, des te dunner worden de lijnen. Schilder de lijnen zeer zorgvuldig.

      -  Het fixeren van de tekening op de plank. Met ongebrande siena + enkele korrels chromaatgroen + veel water + enkele druppels eigeel wordt de hele tekening vastgelegd.

      Gebruik hiervoor een dik penseel, nr. 5 of hoger, werk zeer transparant. Niet wrijven, maar aaien. Wanneer na het fixeren enkele lijnen van de tekening niet duidelijk meer zijn, kunnen ze opgehaald worden met engelsrood. .



      <terug naar inhoud>

      Stap twee: aanbrengen van bladgoud belettering en versiering

      STAP TWEE
      Schilder altijd dunne laagjes

      DE ACHTERGROND, HET AANBRENGEN VAN HET BLADGOUD, DE BELETTERING EN DE VERSIERING
      Bij het ontsluiten van de icoon hebben we de achtergrond geschilderd in oker en wit. De lijst van de icoon wordt meestal in dezelfde kleur geschilderd, maar iets donkerder, dus oker met iets minder wit. Op de kleurafbeelding is de hele achtergrond bedekt met bladgoud. Hierop is de aureool geschilderd. Wij bedekken echter alleen de aureool met bladgoud en schilderen een lichte achtergrond met oker en wit.

      HET AANBRENGEN VAN BLADGOUD
      We trekken eerst met een passer de aureool. Zoek op de tekening de aangegeven plaats waar de punt van de passer moet komen en neem de maat van de aureool.
      Om te voorkomen dat de acrylaatmixion, dat is de lijm waarmee het goud wordt vastgeplakt, wegtrekt in de krijtondergrond van de plank, wordt de aureool eerst bedekt met schellak. Doe dit dun, zonder strepen te maken, want elke oneffenheid is door het bladgoud heen, te zien. Schellak laten drogen. Kwastjesuitwassen met spiritus.

      Om te voorkomen dat stukjes bladgoud zich op de icoon gaan hechten op plaatsen waar dit niet gewenst is, wordt de hele icoon vetvrij gemaakt met talkpoeder. Het overtollige poeder wordt met een zachte kwast verwijderd. Ervaren icoonschilders beginnen eerst met het opbrengen van goud , voordat zij gaan schilderen.

      Nu brengen we de lijm, acrylaatmixion, aan op de aureool. Deze lijm blijft 24 uur kleven, maar na 10 minuten is de kleefkracht goed om het bladgoud op te brengen. Penseel uitwassen met water. Aan de lijm kan een korrel cadmiumrood worden toegevoegd, dat werkt prettiger,

      Nu wordt het blaadje transfergoud, goud dat op een dun blaadje papier is vastgezet, met een schaar in stukken geknipt. Een stukje bladgoud op papier wordt nu voorzichtig op de aureool gelegd, even aandrukken en het papier wordt weggenomen. Zorg dat er geen papier op de lijm van de aureool komt!!! De lijm wordt dan door het papier van de plank afgetrokken! ! ! Zorg dat de stukjes bladgoud elkaar iets overlappen. Zo wordt de hele aureool bedekt met bladgoud. Het overtollige goud wordt met een zachte kwast verwijderd. Wanneer de ondergrond effen is, ontstaat er een mooie gouden aureool. Als bescherming van het goud wordt het aureool afgedekt met schellak.

      Daarna wordt de aureool omrand met een heel dun donkerrood lijntje: engelsrood met iets zwart. Voeg een druppel ossengal toe. Dat is nodig om op het bladgoud te kunnen schilderen. Plaats de letters op de aangegeven plaats.

      <terug naar inhoud>

      Stap drie: opbrengen van basiskleuren en oplichtingen

      STAP DRIE
      Werk altijd transparant, dus: dun!

      HET ONTSLUITEN VAN DE ICOON
      Voor het ontsluiten van de icoon gebruiken we de volgende KLEURSLEUTEL.

      Moeder Gods van Tederheid:
      Basiskleur
      bovenkleed, onderkleed & haarband:
      Collins blauw - 1 deel / zwart - 1/4 deel / chromaatgroen - korreltje

      Oplichting bovenkleed & haarband Oplichting 1
      Collins blauw / chromaatgroen - korreltje

      Oplichting 2
      Collins blauw - 1 deel / zinkwit - 1/4 deel

      Oplichting 3
      Collins blauw - 1 deel / zinkwit - 1/2 deel

      Sierband, bovenmantel & sterren:
      Gele oker - daarop satijn goud

      Kind:
      Basiskleur
      kleed.
      zinkwit - 1 deel / ongebrande sienna - 1/5 deel

      Oplichting 1 zinkwit

      Clavis.
      Cadmium rood - 1 deel / Engels rood - 1 puntje
      Lijnen: gele oker - daarop satijngoud

      Inkarnaat.
      Zoals M.G.

      Haren.
      Omber - zwart - puntje / rode oker puntje

      Krullen
      Gele oker / oplichting: zinkwit - fijne lijntjes

      <terug naar inhoud>

      Stap vier: het afdekken van basiskleuren

      STAP VIER
      Werk transparant, werk transparanter!

      LET OP:
      Bij het laten oplichten van de basiskleuren is het noodzakelijk dat deze kleuren goed
      op de plank zijn vastgelegd. Ze mogen dus niet meer afgeven, omdat er anders vermenging
      van kleuren op de plank plaatsvindt. Daarom is het goed om na het aanbrengen en het drogen van de
      basiskleuren, deze vlakken te bedekken met een laagje eigeel en water in de verhouding 1 : 1.
      Doe dat op het einde van een schilderdag.
      Na een aantal dagen is het eigeel hard geworden en kan er niet het oplichten begonnen worden.

      HET LATEN OPLICHTEN VAN DE ICOON
      Wanneer alle basiskleuren zijn aangebracht en ter afsluiting nog eens bedekt zijn met een
      laagje eigeel en water (1 : 1), beginnen we met het laten oplichten van de icoon.
      We proberen het licht van de icoon naar buiten te laten stralen.

      We beginnen met het opnieuw overtrekken van de belangrijkste lijnen van de tekening.
      Leg de tekening, die aan de achterkant ingewreven is met engelsrood, op de plank en
      trek alle belangrijke lijnen van gezicht, handen, plooien van de kleding en het boek nog eens over.
      Doe dat met een hard potlood (2H) en met een scherpe punt.
      Bij het gebruik van een botte punt worden de lijnen te dik.
      Kijk goed of de lijntekening op de juiste plaats ligt. Probeer dat even uit. Het oplichten moet zeer dun gebeuren.
      Welke dikte de verf moet hebben, kan liet beste door eigen ervaring geleerd worden.



      <terug naar inhoud>




      Stap vijf: het inkarnaat

      STAP VIJF
      HET INKARNAAT
      0 Basiskleur Het incarnaat
      Oker geel
      Enkele korrels cadmium rood
      Enkele korrels zwart

      1 Eerste oplichting
      Een deel gele oker
      1/5 deel rode oker

      2 Tweede oplichting
      Gele oker

      3 Derde oplichting
      Gele oker + puntje zinkwit
      + puntje cadmium geel

      Glaceren.
      Randen chromaat groen
      Wangen eventueel rode blos
      Geheel gele oker
      Haren siena ongebrand

      ALTIJD TRANSPARANT SCHILDEREN!
      Altijd de randjes met een vochtige kwast mooi laten verlopen.

      Mondhoeken niet aan elkaar sluiten. De iris ovaal

      Inkarnaat
      Inkarnaat

      <terug naar inhoud>

      Stap zes: het afdekken van de icoon

      STAP ZES HET AFDEKKEN VAN DE ICOON
      Er zijn verschillende manieren om iconen af te dekken ter bescherming. Het schilderen van een icoon komt neer op zelf doen en zelf proberen om zo ervaring op te doen. Dat geldt ook voor het afdekken van de icoon.

      Nadat de icoon klaar is, brengen we nog een laagje ei-emulsie aan en laten de icoon goed drogen. Geen eigeel aanbrengen op het bladgoud. Deze mogelijkheid is aan te bevelen wanneer een icoon rustig aan de muur hangt. Is het echter zo dat de icoon regelmatig wordt vastgepakt, dan is deze methode niet aan te bevelen.

      Een andere mogelijkheid is de icoon met een laagje echte bijenwas te bedekken. Wrijf wat bijenwas fijn tussen de vingers en breng de was heel dun aan op de icoon. Niet op het bladgoud. Laat de was 24 uur drogen en wrijf de icoon op met een zachte niet pluizende doek. De icoon krijgt dan een zachte glans. De bijenwas dient zuiver te zijn, zonder chemische toevoegingen en verdund met terpentijn.

      Wanneer een icoon bijvoorbeeld wordt gebruikt in de liturgie en dus verplaatst en bewierookt wordt, kunnen we schellak als afdekmiddel gebruiken. Hiermee moet snel gewerkt worden, want schellak is zeer vluchtig. Mocht de glans te sterk zijn, dan kan later nog een laagje bijenwas aangebracht worden. Het nadeel van schellak is dat de lak niet zo gemakkelijk te verwijderen is wanneer de icoon restauratie nodig heeft.

      We kunnen de icoon ook afdekken met koud geslagen lijnolie. Deze drogende olie is kant en klaar te koop. De olie wordt in zeer dunne laagjes opgebracht. De kleuren gaan er door leven, maar kunnen wel donkerder worden. Omdat de olie langzaam droogt, moeten we uitkijken voor stofdeeltjes. Probeer stofvrij te werken en berg de icoon stofvrij op totdat de olie droog is.



      <terug naar inhoud>

      Schellak (verhouding)

      Schellak (verhouding)
      BENODIGDHEDEN:
      80 gram schellak Schilders blond (licht van kleur)
      500 ml alcohol (96%) (Kruidvat & apotheek)
      1 afsluitbare glazen pot om de schellak te bewaren (Xenos)
      Los de schilfers schellak helemaal op, bijv. 20 gram op 125 ml.

      (als de opgeloste schellak te stroperig is, verdun hem dan met alcohol)
      Bewaar de schellak in een afsluitbare glazen pot.

      OPMERKINGEN:
      Deze hoogglans heeft een korte droogtijd.
      Opbrengen met een synthetische platte kwast.
      Maak de kwast schoon met spiritus en driehoek zeep.
      Wacht, om strepen te voorkomen, ongeveer een uur voor het overschilderen van de vernis (2 à 3 maal).
      Als de schellak te dik is ontstaan er strepen.
      Bij het lakken slechts éénmaal over hetzelfde vlak strijken!!

      <terug naar inhoud>

      GEBED VAN DE ICOONSCHILDER

      Goddelijke Meester van alles wat bestaat, verlicht en richt onze ziel, ons hart en onze geest, leidt onze handen opdat ze waardig en volmaakt Uw beeld mogen afbeelden, dat van Uw heilige Moeder en dat van alle heiligen, voor de eer, de vreugde en de opluistering van Uw heilige Kerk op aarde. Amen


      <terug naar inhoud>

      <