Hub Coonen Fine Abstract Sculpture



    Technieken

    "De Verloren Was Methode"
    1....De creatie van het origineel kunstwerk.

    2....Op dit prototype wordt een mal gemaakt uit silicone. Dit elastisch materiaal reproduceert het origineel tot in       de fijnste details.

    3....Met deze mal wordt een afgietsel gerealiseerd in was. ( meestal hol )

    4....Op dit holle wasmodel worden gietkanalen aangebracht

    5....Wasmodel en gietkanalen worden volledig ingebed in een vuurvaste materie: dit vormt de refractaire mal.

    5-1..Deze vuurvaste mal wordt in een oven verhit om het was te verwijderen.

    6....De vrijgekomen ruimte wordt nu volgegoten met vloeibaar brons

    7....Na afkoelen wordt de vuurvaste mal verwijderd en bekomt men het brute bronzen gietstuk. Dit wordt dan       verder mechanisch afgewerkt opgelast, gepolierd en gepatineerd.

    <terug naar inhoud>

    Creatie Origineel

    Inspiratiebronnen

    1. Naar levend model
      Voor portretten, naakten, realistische figuren

    2.  
    3. Naar fotos
      Liefst naar een serie van een achttal fotos, telkens 45° verder gedraaid. Vaak is er maar één enkele foto beschikbaar. Hierbij dient men een tweedimensionale afbeelding te vertalen in een driedimensionaal beeld.

    4. Zuiver imaginair

    Realisatie van het prototype of originele beeld

    Het oorspronkelijk beeld kan gerealiseerd worden :
    • in een willekeurig materiaal (klei, plastilline, natuursteen, metaal, polyester )

    • volgens een willekeurige techniek ( boetseren, kappen, snijden, smeden enz )
              Dit is de eigenlijke artistieke kreatie. Al wat hierna volgt is puur techniek en vakmanschap .
              Persoonlijk verkies ik het origineel model te boetseren volgens de volgende technieken :

    1. Boetseerklei ( fijne chamotteklei of porseleinklei )
      Voor kleinere figuren, naakten, portretten.
      Hiermee kan men de fijnste detaillering weergeven.
      Na drogen wordt de figuur gebakken in een oven op 1.100°C en bekomt men een beeld in Terracotta ( Terre cuite. Gebakken aarde )

    2.  
    3. Gewone natte klei
      Vooral geschikt voor monumentale figuren, waarbij de kleimassa eventueel ondersteund wordt door een inwendige bewapening van metalen of houten profielen.
      De kleifiguur wordt dus niet gebakken maar na het realiseren van de mal terug afgebroken en gerecycleerd.


    4. Boetseerwas
      Boetseerwas wordt door verwarmen in warm water kneedbaar en kleverig, maar na afkoelen terug beenhard.
      Het levert een figuur op met een suggestief en impressionistisch gemodelleerd oppervlak, dus tamelijk ruw en met weinig details.
      Boetseerwas is vooral geschikt voor delikate figuren met lange, uitgerokken elementen, b.v. paarden.
      Om het gewicht van het lichaam te dragen dienen de benen versterkt te worden met houten stokjes of metaaldraad. Als een kleifiguur gaat uitdrogen, krimpt de klei en breken de benen zodat de figuur uit elkaar valt.
      Met boetseerwas gebeurt dit niet en hoeft men het werk bovendien niet te beschermen tegen uitdroging

    5.  
    6. Plastilline
      Plastilline biedt het voordeel dat het niet uitdroogt ( zoals klei ) en niet moet verwarmd worden om opnieuw kneedbaar te worden ( zoals boetseerwas )
      Dergelijke figuren dienen meestal versterkt te worden door een inwendig skelet uit metaaldraad. Een groot nadeel van plastilline is het feit dat het bij de minste aanraking wordt platgedrukt en vervormd. De moderne uitgerekte figuren ( zie : modern ) zijn op deze manier gerealiseerd.

    <terug naar inhoud>


    Siliconemal

    Een mal (vorm, negatief ) dient voor het realiseren van een kopij van het oorspronkelijke kunstwerk ( prototype). Voor zeer eenvoudige modellen met strakke lijnen en perfect lossende contouren kan een goedkope gipsmal volstaan. Voor meer gecompliceerde modellen echter met een fijne detaillering, verkiest men een constructie bestaande uit een elastische binnenmal ( siliconerubber, vinyl, latex en in vroegere tijden ook gelatine ) en een starre uitwendige steunmal uit gips of kunsthars.
    Met dergelijke mal kan een afgietsel ( kopij )gerealiseerd worden in diverse materialen : gips, was, polyester, epoxy, beton, klei enz. Een bronzen beeld echter kan niet rechtstreeks in een siliconemal worden gegoten omdat de temperatuur van het gesmolten metaal nu eenmaal veel te hoog is en de mal zou verbranden. Daarom wordt er volgens de zgn "Verloren Was Methode" (" Cire Perdue", "Lost Wax" ) eerst een kopij gemaakt uit was of een analoog produkt Dit "wasmodel" wordt dan ingelijfd in een vuurvaste materie : de refractaire of vuurvaste mal. Door verhitten wordt het was hieruit verwijderd en kan de vrijgekomen ruimte volgegoten worden met brons.
    Maar hierover straks meer !

    Fabricage van de Siliconemal

    Silicone is een vloeibaar, smeerbaar of kneedbaar produkt dat na bijmengen van een verharder gaat vulcaniseren tot een rubberachtige substantie. Silicone reproduceert haarfijn de kleinste details , kleeft op praktisch geen enkel materiaal en is buitengewoon elastisch. Het is dan ook een ideaal middel voor het vervaardigen van mallen ( vorm, negatief )
     

    Principe

    Het beeld wordt ingepenseeld met vloeibare silicone waaraan een verharder werd toegevoegd. Gezien het enige tijd duurt vooraleer het produkt begint op te stijven, gaat het materiaal afdruipen zodat er uiteindelijk slechts een dun laagje siliconerubber op het oppervlak overblijft. Dit laagje is echter bepalend voor de kwaliteit van het gietstuk.
    Bij een tweede portie gietsilicone wordt een speciale thixotrope vloeistof gevoegd , waardoor het mengsel een zalfachtige konsistentie verkrijgt, niet meer gaat afdruipen en dus in een dikke laag kan worden aangebracht door middel van een borstel of een spatel. ( ongeveer 6 mm dik )
    Deze elastische siliconemal dient meestal te worden ondersteund door een uitwendige steunmal Deze wordt doorgaans vervaardigd uit plaaster, versterkt met jute, en bestaat meestal uit meerdere elementen die door middel van bouten worden geassembleerd tot één stevig geheel.
    Er bestaan talloze variaties en combinaties zodat ik mij bewust zal beperken tot enkele interessante methoden uit mijn persoonlijke praktijk.
     
    1) Siliconemal in één enkel aaneenhangend stuk, met insnijding
    Origineel Origineel
    met Siliconemal in één stuk
    Origineel
    met Siliconemal in één stuk
    en Steunmal in twee delen
    Idem na verwijdering
    van het origineel
    Om het prototype ( of later het wasmodel ) uit de siliconemal te bevrijden wordt deze volgens een goed doordacht tracé met een cuttermes doorgesneden. Met dergelijke mal gebruikt men bij voorkeur de gietmethode voor het vervaardigen van het wasmodel.
     

     
    1 Rechter helft van de plaasteren steunmal
     
    2 Linker helft dito
     
    3 Gaten voor de fixatiebouten om de mal te sluiten
     
    4 Siliconemal
     
    5 Silicone giettrechter waarlangs het was wordt ingegoten

     
    1 Wasmodel (hol ) 
     
    2 Gedeeltelijk afgestroopte siliconemal ( witte binnenkant ) 
     
    3 Insnijding ( flens ) van de siliconemal
     
     
    2) Siliconemal in meerdere aparte delen

     
    Bij deze methode wordt de siliconemal niet in één stuk gerealiseerd , maar in twee of meer aparte elementen

     
    Origineel model.

     
    Het origineel model wordt tot halverwege ingebed in een zool van klei of plastilline.

     
    Het vrije oppervlak wordt ingestreken met een dunne laag vloeibare silicone die heel getrouw de fijnste details reproduceert.
    Nadien wordt thixotrope silicone aangebracht tot een laagdikte van ongeveer 6 mm.Dit vormt de eerste helft van de siliconemal.

     
    Tenslotte wordt er op deze siliconehuid een steunmal in plaaster of kunsthars aangebracht.

     
    De zool wordt verwijderd en het model wordt omgekeerd.

     
    De vrijgekomen tweede helft van het model wordt eveneens voorzien van een siliconehuid.
    Tenslotte wordt ook de tweede malhelft voorzien van een steunmal in plaaster.
    de mal is dan compleet.
     
    Complete mal, na het verwijderen van het origineel model

     
    Voor het realiseren van het wasmodel kan men in principe eveneens de gietmethode gebruiken. Voor grote mallen die moeilijk hanteerbaar zijn en waar aanzienlijke volumes gesmolten was dienen gemanipuleerd, zal men meestal de voorkeur geven aan de penseelmethode ( zie verder ). Elk element van de siliconemal, ondersteund door het corresponderende element van de steunmal, wordt aan de binnenkant ingepenseeld met gesmolten was.Zo wordt de wasschelp progressief opgebouwd tot een laagdikte van ongeveer 6 mm.Door deze diverse wasschelpelementen te assembleren bekomt met een compleet wasmodel.

    <terug naar inhoud>


    Wasmodel

    Met behulp van deze siliconemal fabriceert men een wassen kopie van het originele beeld.
    • Voor een klein beeldje mag deze waskopie massief zijn.

    •  
    • Voor een beeld echter van middelmatige grootte dient de waskopie hol te zijn. Bij het stollen immers krimpt het metaal. Bij een massief beeld van een zekere grootte onstaan hierdoor krimpgaten en porositeiten, en bekomt men een afgietsel van slechte kwaliteit. Voor de realisatie van het eigenlijke wasmodel gebruikt men bij voorkeur de gietmethode.

    • Voor een groter beeld echter, dient de mal zodanig geconstrueerd te zijn, dat men deze in aparte elementen kan demonteren en gebruikt men de penseelmethode.

      Gietmethode

      Hierbij wordt de vooraf geassembleerde mal gevuld met gesmolten was bij een bepaalde temperatuur. Bij kontakt met de koude malwand vormt zich een laagje gestold was, de rest wordt uit de mal gegoten. Na verder afkoelen wordt deze operatie herhaald tot men een totale laagdikte bekomt van ongeveer 6 mm.

      Penseelmethode

      De mal wordt geopend zodat de binnenkant van de siliconemal gemakkelijk bereikbaar is. In elk van de elementen van de siliconemal wordt de binnenkant laagsgewijze ingepenseeld met gesmolten was. Dit is een tijdrovende en precieze karwei die veel ervaring vergt. Het wasmodel moet immers vrij zijn van luchtbellen en gelijkmatig van dikte De diverse onderdelen van het wasmodel worden daarop aan elkaar gelast om aldus een kompleet beeld te vormen.
       

      1 Wasmodel gepenseeld in de holte van de siliconemal
      2 Steunmal in plaaster
      3 Siliconemal
      4 Borstel
      5 Pannetje met gesmolten was
      6 Flensslot (opening voor fixatiebout)



      <terug naar inhoud>


    Kanaalsysteem

    In de gieterij wordt het wasmodel nu voorzien van een kanaalsysteem bestaande uit :
    • De giettrechter: deze wordt meestal gevormd door een plastic drinkbekertje.
    • Waskanalen
      • enerzijds de gietkanalen langswaar het vloeibaar brons in de gietmal zal worden aangevoerd
      • anderzijds de ontluchtingskanalen waarlangs de ingesloten lucht kan ontsnappen.

    In het wasmodel worden een aantal gaten gesneden om het vormmateriaal voor de refractaire mal tot in de holte van het wasmodel te doen doordringen.
     


    1 Giettrechter ( plastic beker )
    2 Gietkanaal
    3 Ontluchtingskanaal
    4 Holten gesneden in het wasmodel
     
    Het systeem op de foto is nog verre van volledig !







    <terug naar inhoud>


    De refractaire (vuurvaste) mal

    Principe

    Het wasmodel, met aangehecht kanaalsysteem, wordt volledig ingebed in een vuurvaste materie, zowel de buitenkant ( mantel ) als de binnenkant ( kern ). Dit vormt de refractaire of vuurvaste mal. Vooraleer men kan overgaan tot het bronsgieten dient het was volledig verwijderd te worden. Dit gebeurt door de mal in een oven te verhitten tot 700 ° C. Het gesmolten was stroomt uit de mal terwijl eventueel achtergebleven restjes volledig verbranden. Daarom noemt men deze methode ook " Verloren Was Methode "

    Methodes

    Klassieke Methode

    Hierbij wordt het wasmodel volledig ingebed in een massieve blok refractaire plaaster ( mengsel van plaaster, chamotte en water ) : de mantel. Ook de holte in het wasmodel wordt met dergelijk mengsel gevuld : de kern. Mantel en kern worden aan elkaar verankerd door inox staven dwars door het wasmodel te steken : de kernnagels.


    1 Mantel
     
    2 Kern
     
    3 Giettrechter
     
    4 Ontluchter
     
    5 Gietkanaal
     
    6 Kernnagels
     
    7 Opening in wasmodel

    Dergelijke mal is echter bijzonder zwaar, onhandelbaar en delikaat, vooral na het uitstoken. Het uitstoken zelf is een tijdrovend proces omdat de temperatuur van de oven zeer langzaam en gelijkmatig dient opgedreven, wat voor grote beelden gemakkelijk een week of langer kan duren ( hoge energiekosten ). Bij het uitstoken ontstaan er gemakkelijjk barsten in de mal waarin het vloeibaar metaal kan doordringen en aldus kammen ( flashes ) veroorzaken op het gietstuk. Bovendien is de giethuid ( metaaloppervlak ) meestal ruw , ingebrand en bezaaid met "pareltjes". Dit alles vergt heel wat retoucheerwerk.

    Shell Casting Methode

    Letterlijk : " Metaal Gieten in een Schelp ". Dit is een moderne methode, afkomstig van de industrie, waarbij de refractaire mal wordt gevormd door een dunne, vuurvaste laag keramisch materiaal van maximaal 10 mm dikte. Dit gebeurt zowel aan de binnenkant van het wasmodel ( kern ) als aan de buitenkant ( mantel ). De verankering tussen kern en mantel gebeurt niet door kernnagels maar doordat er gaten worden gesneden in het wasmodel. Het wasmodel wordt ondergedompeld ( dippen ) in een reusachtig vat waarin een dik vloeibare keramische materie voortdurend wordt omgeroerd
     

    1. Binnenwand van het roterend mengvat
    2. Vertikale vaste roerder voor het mengen van de slurrie
    3. Keramische slurrie in het roterend mengvat



     


     
    Na afdruipen wordt het wasmodel overgebracht in een tweede vat gevuld met fijne keramische korrels ( wervelbad ) .De korrels kleven in de slurrie en vormen aldus een dun laagje vuurvaste materie. Na ongeveer 12 uur drogen wordt dit proces herhaald tot men een voldoende laagdikte bekomt om de enorme druk van het vloeibare brons te weerstaan. In tegenstelling tot de klassieke, ouderwetse methode levert Shell Casting een kwalitatief uitstekend resultaat op met een gave, quasi perfekte giethuid. Door de porositeit van het vormmateriaal kan het aantal ontluchtingskanalen drastisch verminderd worden waardoor ook het retoucheerwerk verminderd wordt. Het uitstoken kan veel sneller gebeuren, wat resulteert in tijdwinst en verminderde energiekosten.

    Uitstoken van de refractaire mal

    De refractaire mal wordt verhit tot ongeveer 750 graden. Hierbij gaat het was smelten en loopt uit de mal. Eventuele restjes worden bij deze temperatuur volledig verbrand zodat de mal uiteindelijk brandschoon is. Dit is zeer belangrijk omdat eventueel onverbrande restjes in kontakt met het vloeibaar brons een ontploffing kunnen veroorzaken.


    Roodgloeiende Shells na het uitsmelten van het was in de Uitstookoven.

    <terug naar inhoud>


    Uitstoken
    Klassieke methode

    In de meeste gieterijen worden de refractaire mallen nog gerealiseerd op de traditionnele manier. Hierbij wordt het wasmodel met aangehecht kanaalsysteem volledig ingelijfd in een mengsel van plaaster en een of ander vuurvast materiaal ( Gemalen baksteen="brique pillée", chamotte etc ). Dergelijke massieve mal is echter bijzonder zwaar, onhandelbaar en delikaat, vooral na het uitstoken. Het uitstoken zelf is een tijdrovend proces omdat de temperatuur van de oven zeer langzaam en gelijkmatig dient opgedreven, wat voor grote beelden gemakkelijk een week of langer kan duren ( hoge energiekosten ). Bij het uitstoken ontstaan er gemakkelijjk barsten in de mal waarin het vloeibaar metaal kan doordringen en aldus kammen ( flashes ) veroorzaken op het gietstuk . Bovendien is de giethuid ( metaaloppervlak ) meestal ruw , ingebrand en bezaaid met "pareltjes". Dit alles vergt heel wat retoucheerwerk.

    Shell Casting Methode

       

    <terug naar inhoud>

    Brons Gieten

    Na het uitstoken van de refractaire mal laat men deze gedeeltelijk afkoelen
    Meestal wordt de mal in een gietput geplaatst en ingegraven in het gietzand, zodat enkel nog de aangiettrechter zichtbaar blijft. Om eventuele vervuiling te vermijden wordt de trechter voorlopig bedekt met aluminiumfolie
    Het brons wordt onder de vorm van lingots ( blokken ) in een speciale smeltoven gebracht. Deze wordt meestal electrisch gestookt.
    Het gesmolten brons wordt bij een temperatuur van ongeveer 1150 graden Celsius uit de smeltoven in de gietkroes overgebracht, die eveneens op de juiste temperatuur werd verhit.



    Het brons wordt uit de smeltoven in de gietkroes overgebracht.



    De gietkroes zit geklemd in een speciaal werktuig, de lummel genoemd, die het mogelijk maakt om de kroes heel voorzichtig te doen kantelen om het vloeibaar brons in de keramische mal te gieten.



    De keramische mallen worden volgegoten
    Men laat de mal verder rustig afkoelen.

    <terug naar inhoud>


    Afwerking

    Uitbreken

    Na volledig afkoelen wordt de refractaire mal letterlijk met een hamer stukgeslagen om de gieting vrij te maken.
     

     

    Mechanische afwerking

    Na het uitbreken wordt de bronsgieting gezandstraald om de laatste restjes refractair materiaal te verwijderen. Daarop worden de gietkanalen en de ontluchtingskanalen met de slijpschijf verwijderd. Eventuele gaten en zgn luiken worden toegelast. De verdere afwerking gebeurt met frezen, beitels, polierborstels enz. Tenslotte wordt het beeld terug gezandstraald.

    Patineren

    De natuurlijke kleur van brons is geelachtig. Door oxydatie en kontakt met de handen wordt het metaal snel donkerder en vuil, wat kan vermeden worden door het aanbrengen van enkele lagen vernis en was. Door het patineren geeft men het beeld een welbepaalde kleur : grijs, groen, bruin, zwart etc. Dit gebeurt meestal door verhitting en aanbrengen van chemikaliën ( dompelen, inpenselen, sprayen ) Een geslaagde patina vertoont een breed scala van kleurschakeringen.

    Paardenvisser


    <terug naar inhoud>